De erfenis van de muilezeldrijvers

Grenshandel in Mittersill

„Mooie paarden, een mooi tuig zijn mijn vreugde en die mooie serveerster moet mijn vrouw worden.“ (Stadsarchief Mittersill; het lied is afkomstig uit het boek: Josef Pommer: Blattl-Lieder, 1910;)
Paarden, goederen, markten en gevaren bepaalden het leven van de muilezeldrijvers. Zogenaamde „Fuhrmannslieder“ getuigen van de traditie van de muilezelhandel in het Oberpinzgau, waarbij de huidige nationaalparkhoofdstad Mittersill al in de middeleeuwen een centrale rol speelde. In het Felberturm Museum wordt deze geschiedenis op indrukwekkende wijze tot leven gebracht. Ambachtelijke gereedschappen, documenten, verhalen en afbeeldingen herinneren aan het leven van de muilezeldrijvers. Zij waren het die al honderden jaren geleden de basis legden voor de handel als belangrijke economische sector in Salzburg. Ze trotseerden de gevaren en ontberingen die het weer en het landschap met zich meebrachten en baanden de weg voor de markt van Mittersill tot wat deze vandaag de dag is: een handelsstad en economisch centrum in het Oberpinzgau.

De handelsstad Mittersill door de jaren heen

Tot 1803 was Salzburg, samen met het toenmalige „Windisch-Matrei“ in Oost-Tirol, als prins-aartsbisdom een zelfstandige staat. Mittersill speelde daarbij een belangrijke rol: de plaats gold vanaf de middeleeuwen tot aan het begin van de moderne tijd als knooppunt van de handel – tussen noord en zuid, maar ook tussen oost en west. Recht en orde stonden daarbij voorop. Het werd bestuurd door ambtenaren van de regerende prins-aartsbisschop, die zetelde in het allesoverziend Schloss Mittersill al in die tijd werd er op regelmatige basis handel gedreven. De verhandelde goederen werden ingeklaard en voor het gebruik van de wegen moest tol worden betaald. In die tijd had elke burger het recht om handel te drijven. Op week-, jaar- en veemarkten boden lokale boeren en handelaren uit de buurlanden hun waren te koop aan. Er werd onderhandeld over zout, wijn, schnaps, honing, kostbare stoffen en dieren – om er vervolgens zelf een paar gulden aan te verdienen. Zogenaamde „Säumer“ brachten de kostbare goederen over de grenzen naar Salzburg, Italië en Duitsland. Te voet – door weer en wind – staken ze met hun paarden bergpassen over en overwonnen ze allerlei gevaren die zich op hun pad voordeden. Steeds weer sloegen meerdere säumer met hun paarden en knechten met rugmanden, zogenaamde „Kraxn“, de handen ineen voor deze gevaarlijke onderneming. Maar ook individuele kleine boeren en handelaars begonnen aan de zware tocht over de bergpassen, die vaak meerdere dagen en weken duurde – in de hoop met een gevulde portemonnee naar huis terug te keren. Rond 1300 werden de Tauernhuizen gebouwd; het Matreier Tauernhaus aan de Felbertauern is er een van. De oude Tauernhuizen in de regio zijn Spital en Schößwend in het Felbertal. Hier werden de handelsreizigers verzorgd, vonden ze onderdak en een veilige schuilplaats. In ruil daarvoor werden de gastheren door de aartsbisschop voorzien van waardevol graan.

Levende traditie – De grenshandel over de Felbertauern

Foto's van de muilezeldrijvers in Mittersill

Onze partners en onderscheidingen

Blijf op de hoogte